Het is het jaar 1666. Op de Prinsengracht in Amsterdam, tussen wat later de Leidsestraat en de Leidsegracht werden, wordt het Aalmoezeniersweeshuis geopend, voor de armste en meest kwetsbare kinderen van de stad. Dat bestaat tot 1828, wordt vervolgens verbouwd tot Paleis van Justitie, het gebouw wordt voorzien van een lange wat sombere klassieke voorgevel en het wordt geopend in 1836. In 2013 vertrekt Justitie naar het Westelijk Havengebied en verkoopt Rijksgebouwendienst – de eigenaar – het kolossale pand aan de Prinsengracht aan de meest biedende. Dat wordt uiteindelijk de hotelketen Rosewood Hotels & Resorts Holding Limited en Chow Tai Fook Capital Limited dat in het voorjaar van 2025 z’n deuren opent. Daar betaal je voor een nacht tussen 1200 en 1600 euro, wat weer goedkoop is vergeleken bij het iets verderop aan de Herengracht gelegen Waldorf Astoria Hotel, maar daar staat tegenover dat vergelijkbare hotels in plaatsen als Las Vegas, Dubai enzovoorts wel 100.000 dollar rekenen voor een overnachting.
Toen Rosewood aan de Prinsegracht in het voorjaar van 2025 openging sprak ik in een stukje in Het Parool de hoop uit dat het, met zulke kamerprijzen, snel failliet zou gaan. Daar is toch geen clientèle voor, dacht ik in mijn naïviteit. Natuurlijk wel: er zijn rijken, superrijken en super-superrijken in overvloed voor wie een kamer van 1600 euro een schijntje is. Een half jaar na opening besloot Hiske Versprille, culinair recensent van de Volkskrant, op eigen kosten zich in te schepen in Rosewood. Het werd een kamer van 1200 euro. In de krant van 27 december 2025 bericht ze uitvoerig over dit avontuur. De kop van het artikel luidt: Lege Luxe. Aan de hand van haar artikel ontwaar ik in dit Rosewood drie vormen van private toeëigening van wat eigenlijk publiek domein is.
De eerste private toeëigening betreft het gebouw zelf. Van de 17e tot dik in de 21e eeuw waren er publieke instellingen in gevestigd: weeshuis en vervolgens gerechtsgebouw. Om er een peperduur hotel van te maken ging veel Amsterdammers te ver. In de binnenstad is er schreeuwende behoefte aan appartementen voor senioren. Als die gerealiseerd zouden worden komen er woningen vrij voor jongeren. De protesten mochten niet baten, Rijksgebouwendienst ging voor het geld. Hierdoor werd een groot gebouw, dat wederom een urgente publieke functie zou kunnen vervullen, uit het publieke domein geheveld en tot privaat bezit gemaakt, waar de stad en ons land eigenlijk weinig aan heeft, sociaal niet, economisch evenmin. Het is niet waarschijnlijk dat de hotelketen van Rosewood in Nederland belasting betaalt. Volgens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel is Rosewood Hotels & Resorts Holding Limited en Chow Tai Fook Capital Limited statutair gevestigd op de Britse Maagdeneilanden. Die eilanden staan op nummer 11 van de Corporate Tax Haven Index, niet best dus.
De tweede private toeëigening van publieke zaken raakt aan de sfeer die het hotel wil uitstralen. Rosewood, zo zegt het, hanteert wereldwijd een A Sense of Place-filosofie. De hotels moeten geworteld zijn in de plaats waar ze staan. Het hotel wil Nederlandse voortreffelijkheid vieren, door het herinterpreteren van een symbolische baken die Amsterdams grenzeloze creatieve geest echoot. Bent u er nog? De “kernbelofte” van de hotelketen is dat de hotels op ene authentieke manier geworteld moeten zijn op de plek waar ze staan, bijvoorbeeld door het unieke karakter en verhaal van de plaats te omarmen. Daar vallen stroopwafels onder en beschuit met muisjes.
Hiske Versprille citeert Nanda Geuzebroek. Haar boek Vondelingen is een weerslag van haar onderzoek naar de geschiedenis van het pand. Ze is nogal nijdig hoe Rosewood met de erfenis van het weeshuis omgaat: “Ze pronken in alle uitingen met het feit dat het een 17eeeuws pand is, maar vermelden voortdurend alleen het 19eeeuwse Paleis van Justitie. De diepe armoede en ongelijkheid waaruit het weeshuis is ontstaan, staat natuurlijk in schril contrast met de luxe die er nu in het gebouw is, maar als je daar niks van wil weten, doe dan niet alsof de geschiedenis je aan het hart gaat.” Overigens, voor de opening van het hotel is een spiritueel schoonmaker een week bezig geweest om het pand te ontdoen van negatieve energieën uit het verleden.
Het selectief winkelen in de geschiedenis brengt ons op de derde private toeëigening van wat publiek was. Het concern heeft, zo blijkt, z’n Sense of Place filosofie gepatenteerd, alsof je het denken over waarden, cultuur, manier van leven en ernaar handelen in intellectueel eigendom kan nemen. Bonter maakt Rosewood het als blijkt dat niet alleen de jenever die geschonken wordt Provo heet, met op de flesjes gekriebeld: Verbeter de wereld, begin bij jezelf. De straat is van ons. Maak liefde, geen oorlog. Het blijkt ook dat Rosewood in september 2024 de naam Provo als individueel merk heeft ingeschreven in het Benelux-merkenregister BOIP. Hiske Versprille: “Rosewood laat desgevraagd weten dat het in 2025, dus na de registratie, wel contact heeft gehad met een lid van de Provo-beweging, maar wil verder uit privacy-overwegingen geen details kwijt over wie dat was, of over de aard van het contact.”
Roei van Duyn, een van de oprichters van Provo, is woedend. “Dat is gewoon diefstal, misbruik, toe-eigening van het meest cynische soort. Provo was anarchistisch en antikapitalistisch, we waren juist tegen ongelijkheid, we wilden de stad beschermen tegen de verslaafde consument van morgen. Eigenlijk verzetten we ons precies tegen alles waar zo’n hotel voor staat. Natúúrlijk hebben we die naam destijds zelf niet gedeponeerd, we geloofden niet in copyright of privé-eigendom, dat was het hele punt. Provo is immers van iedereen. Dat juist deze mensen deze naam Provo nu op deze manier, en op die plek, te gelde willen maken – het lijkt wel satire.” Een bijkomstigheid: Roel van Duyn heeft in z’n actieve Provo-tijd nog gevangen gezeten in het Paleis van Justitie, wat nu Rosewood is.
Was het maar satire, zoals van Duyn het noemt. Het is erger. De gedachte achter zo’n merkenregistratie is deze: alles wat ooit niet in eigendom is genomen door iemand of door een bedrijf, daarover kan je vrijelijk beschikken en het tot het jouwe verklaren, en er een hek omheen zetten door er officieel copyright, patent of merk op te laten plakken. Dus, de enclosure of the commons. De kwestie van brutale toeëigening speelde in de jaren negentig van de vorige eeuw specifiek een rol toen duidelijk werd dat Westerse bedrijven waardevolle kennis van traditionele gemeenschappen in het Globale Zuiden zich op massale schaal toeëigenden, en er intellectueel eigendom op namen. Het stond hen vrij dat te doen, zo was de gedachte, want niemand bezat er geregistreerd eigendom van. Met de traditionele gemeenschappen die het nakijken hadden.
Dat leek niet eerlijk. Daarom werd er in die tijd een wanhopige poging gedaan, binnen de World Intellectual Property Organization, om te kijken of het mogelijk zou zijn om een soort van apart intellectueel eigendom te creëren voor kennis die traditionele gemeenschappen al generaties lang bezitten en gebruiken. Dat project was van meet af aan gedoemd te mislukken, om een aantal redenen; ik noem er een paar. Hoe lang een Westerse intellectueel eigendomsrecht ook geldig is, op een gegeven moment vervalt het en tuimelt de kennis in het publieke domein. Dat is het tegenovergestelde van wat traditionele gemeenschappen als waarde koesteren: hun kennis is voor altijd bij en van hen. Die valt niet op een gegeven moment te verhandelen. Bovendien, wie zou namens de gemeenschap hun traditionele kennis op de markt kunnen en mogen brengen en verkopen aan wie er intellectueel eigendomsrecht op wil vestigen? Vanuit de traditie is niemand daartoe gerechtigd. Al heel snel stierf de poging een apart intellectueel eigendomsrecht te scheppen voor traditionele kennis een zachte dood.
Vandaar dat het merkenbureau BOIP aan Rosewood in 2024 onbeschaamd het recht kon geven een merk te vestigen op de naam Provo. Respect voor de geschiedenis is bij de hotelketen niet in goede handen. Lege Luxe noemde Hiske Versprille haar indrukwekkende beschrijving van Rosewood. Het blijkt meer te zijn dan dat. Op grote schaal is, wat materieel en cultureel publiek bezit was, te grabbel gegooid en heeft een hotelketen voor de rijken van deze aarde zich ons materieel en cultureel erfgoed privaat toegeëigend.
Deze Ongeregelde Beschouwing is onderdeel van een Journaal post van Rudi Holzhauer en mijzelf op Iustitia Scripta. Die leest u hier. Onder de titel: Is het Publiek Domein echt failliet?